In een verbale redeneertest krijgt u meestal een passage met informatie en moet u vervolgens een aantal stellingen beoordelen door een van de volgende mogelijke antwoorden te selecteren:

A – Waar (De stelling volgt logisch uit de informatie of opinies in de passage)

B – Vals (De stelling is logisch vals op basis van de informatie of opinies in de passage)

C – Niet op te maken uit de tekst (Kan niet bepalen of de stelling waar of vals is zonder extra informatie)

Geef in het onderstaande voorbeeld uw antwoord op elke vraag door op A, B of C te klikken. U verneemt meteen of uw antwoord correct is of niet.

“Heel wat organisaties vinden het voordelig om tijdens de zomer studenten in dienst te nemen. De vaste personeelsleden willen in die periode vaak zelf vakantie nemen. Verder is het ook niet ongebruikelijk dat ondernemingen tijdens de zomer pieken ondervinden in hun werklast en daardoor extra personeel nodig hebben. Vakantiewerk trekt ook studenten aan die later, na hun studie, naar de organisatie kunnen terugkeren als gekwalificeerde sollicitanten. Ervoor zorgen dat de studenten zoveel mogelijk leren over de organisatie stimuleert de interesse in een vaste job. De organisaties betalen studenten een vast bedrag uit, zonder de gebruikelijke rechten op betaalde vakantie of ziekenverlof.”

Stelling 1 - Het is mogelijk dat het werk van vaste personeelsleden die met vakantie zijn, wordt uitgevoerd door studenten.

Stelling 2 – Studenten in een vakantiejob krijgen evenveel betaalde vakantie als vaste personeelsleden.

Stelling 3 – Studenten vallen onder de standaard disciplinaire en klachtenprocedures van de organisaties.

Stelling 4 – Bepaalde ondernemingen hebben meer werk in de zomer, als er studenten beschikbaar zijn voor vakantiewerk.

Probeer eens een volledige oefentest

Andere voorbeelden:

Begin van de paginaBegin van de pagina